Le pronom interrogatif: Het vragend voornaamwoord

Oooops

U heeft geen flash plugin geinstalleerd, klik hier om deze te installeren

Get Adobe Flash player

Leraar: Marij Van den Heuvel
Diploma: Licentiaat vertaler Spaans - Frans

Lestraject bekijken?


Probeer WeZooz Academy meteen even GRATIS uit en start met leren dankzij onze diverse lestrajecten voor vakken in de 2de graad!

Gratis proberen Aanmelden

Wederom een groot probleem! Mama heeft een berg hemden gestreken, maar welke hemd is nu van wie?
"Lesquelles sont à moi?" 

Dit is een voorbeeld van een pronom interrogatif. 
Bekijk de video en maak de oefeningen! Zo ontdek je alles rond deze leerstof! 

Dit lestraject bestaat uit 3 lessen,
Geschatte duurtijd: 12 minuten.

Gratis proberen Aanmelden

  • Inhoudstafel Le pronom interrogatif: Het vragend voornaamwoord
  • Ontmoet het Pronom Interrogatif Lequel en Laquelle!

    Marij vertelt je meer over het pronom interrogatif lequel en laquelle. (tweede graad)

    Bekijk preview

    Het vragend voornaamwoord of het pronom interrogatif in het Frans! Welke zijn er? Je hebt lequel en laquelle! Maar wat gebeurt er met deze voornaamwoorden in combinatie met de en à?

     

     

  • Oefeningen le Pronom Interrogatif

    1. Vul het juiste Pronom Interrogatif in. (Kies uit: 'lequel', 'laquelle', 'lesquels' of 'lesquelles').

      Quels films tu préfères? .......................... tu préfères?  

    2. Vul de zin aan met het juiste Pronom Interrogatif in. (Kies uit: 'lequel', 'laquelle', 'lesquels' of 'lesquelles').

       

      Quelle BD cherche-t-il? ......................... cherche-t-il? 

    3. Vul het juiste Pronom Interrogatif in. ! Let op voor 'les formes contractées'! 

      à quelle photo est-ce qu'elle pense? ............................... est-ce qu'elle pense?

  • TEST - Le pronom interrogatif

    1. In welke zinnen wordt het pronom interrogatif correct gebruikt. Duid deze aan!

       

    2. Vul de zin aan met "lequel", "laquelle", "lesquels", "lesquelles": 

      Je ne peux pas choisir entre ces deux montres! ... choisirais- tu?

       

    3. Vul de zin aan met "lequel", "laquelle", "lesquels", "lesquelles": 

      Ce sont les filles ... on a vues la semaine passée?

       

Bekijk volledig traject Verberg volledig traject