Evenredigheid: hoofdeigenschap en schalen

Oooops

U heeft geen flash plugin geinstalleerd, klik hier om deze te installeren

Get Adobe Flash player

Leraar: Bart Buytaert
Diploma: Lerarenopleiding Secundair Onderwijs

Lestraject bekijken?


Probeer WeZooz Academy meteen even GRATIS uit en start met leren dankzij onze diverse lestrajecten voor vakken in de 1ste graad A!

Gratis proberen Aanmelden

In dit lestraject maak je kennis met evenredigheden, de hoofdeigenschap ervan en wat het verband is tussen schalen en evenredigheden.

Dit lestraject bestaat uit 5 lessen,
Geschatte duurtijd: 12 minuten.

Gratis proberen Aanmelden

  • Inhoudstafel Evenredigheid: hoofdeigenschap en schalen
  • Begrip evenredigheid en hoofdeigenschap

    Bart heeft het in deze video over het begrip evenredigheid en hoofdeigenschap. (1ste graad)

    Bekijk preview

    In deze video legt Bart het begrip evenredigheid uit en geeft hij de hoofdeigenschap ervan.

  • Begrip evenredigheid en hoofdeigenschap: Oefeningen

    1. Los volgende vergelijking op door de kruisproductregel te gebruiken: 

      Een natuurlijk getal, bijvoorbeeld 20.

    2. Wat zijn de middelste termen in volgende evenredigheid?: 

      Kies een antwoord uit de lijst.

  • Evenredigheid en schalen

    Bart legt in deze video uit wat evenredigheid te maken heeft met schalen. (1ste graad)

    Bekijk preview

    In deze video verdiept Bart zich in schalen en hoe je het begrip evenredigheid hieraan kan linken.

  • Evenredigheid en schalen: Oefeningen

    1. De afstand van jouw adres naar het adres van een vriend is op de kaart 10 cm. De schaal van de kaart is 1:250000. Hoe ver is deze afstand in realiteit? (Geef je antwoord in km)

      Een natuurlijk getal, bijvoorbeeld 20.

    2. Je hebt een knuffel in de vorm van een eekhoorn. Je knuffel is 10 cm groot en is een miniatuurversie op schaal 1:3 van een echte eekhoorn. Hoe groot is een echte eekhoorn?

      Een natuurlijk getal, bijvoorbeeld 20.

  • TEST - Evenredigheid en schalen

    1. Een wegenkaart is getekend op schaal 1:300 000. Als de afstand tussen twee steden in werkelijkheid 78 km is, hoever zijn deze steden dan op de kaart van elkaar getekend? 

    2. Op een tekening is een toren 6 cm. Als de toren in werkelijkheid 15 m is, op welke schaal is de tekening dan gemaakt?

    3. Wat zijn de middelste termen: ##5/8 = 2/6##

Bekijk volledig traject Verberg volledig traject