Klik hier voor gratis toegang dankzij Signpost, Microsoft en het Departement Onderwijs.

Le passé récent et le futur proche

Le Passé Récent en Futur Proche in het Frans! Leraar: Catherine Snoeckx
Diploma: Master Romaanse talen + academische lerarenopleiding

Lestraject bekijken?


Probeer WeZooz Academy meteen even GRATIS uit en start met leren dankzij onze diverse lestrajecten voor vakken in de 1ste graad A!

Aanmelden

Tu viens d'étudier le passé récent, mais tu ne le comprends pas très bien? Pas de problème!

De passé récent of het nabije verleden is een makkelijke tijd in het Frans die gebruikt wordt om informatie te geven over een moment dat zich zeer kort in het verleden bevindt. Iets dat zopas of zonet is gebeurd. 

Ook de futur proche is een makkelijk tijd die wordt gebruikt om informatie te geven over een moment dat zich kort in de toekomst bevindt. 

Je hebt zonet de theorie geleerd? Dan ga je morgen een goede toets maken! 

Dit lestraject bestaat uit 3 lessen,
Geschatte duurtijd: 10 minuten.

Aanmelden

  • Inhoudstafel Le passé récent et le futur proche
  • Le Passé Récent en Futur Proche in het Frans!

    Catherine vertelt je in deze video over de passé récent en futur proche. (eerste graad)

    Het recente verleden wordt in het Frans uitgedrukt met le passé récent! De nabije toekomst met de futur proche. Maar wanneer en hoe gebruik je deze werkwoordstijden in het Frans?

     

  • Oefeningen Le Passé Récent en Le Futur Proche

    1. Vul aan met een passé récent f een futur proche:

      Quand je rentre de l'école, je ........... une pomme. (manger)

    2. Vul aan met een passé récent of een futur proche:

      Jaime et Jon sont fatigués: Ils ................ toute la journée! (travailler)

    3. Vul aan met een passé récent of futur proche:

      Ses mains sont sales et bruns, il ................ dans le jardin. (travailler)

  • TEST - Le passé récent et le futur proche

    1. Verbind de vervoegingen met de correcte vertaling. 

    2. Vervoeg de werkwoorden in de correcte tijd. 
      Voorbeeld: Je (Travailler - futur proche): Je vais travailler

      Ils (Entendre - passé récent)

       

    3. Vervoeg de werkwoorden in de correcte tijd. 
      Voorbeeld: Je (Travailler - futur proche): Je vais travailler

      Tu (Attendre - passé récent)

       

Bekijk volledig traject Verberg volledig traject