expert picture

Wiskunde - Ongelijkheden van de tweede graad oplossen

Oefening: Ongelijkheden van de tweede graad oplossen

Ongelijkheden van de tweede graad oplossen
Je bekijkt de gratis preview van deze lesvideo, wil je meer zien? GRATIS PROBEREN BESTEL DIRECT

Je bent nog niet ingeschreven op WeZooz Academy...

GRATIS PROBEREN BESTEL DIRECT

Online studeren met WeZooz Academy:

  • 1000 Lesvideo's

    Meer dan 1000 online lesvideo's voor het middelbaar onderwijs

    meer
  • 1000 Oefeningen

    Meer dan 1000 oefeningen om je kennis uitgebreid te toetsen

    meer
  • Gediplomeerde leerkrachten

    Ervaren lesgevers leggen je de moeilijkste onderwerpen duidelijk uit

    meer
  • Vragen

    Stel vragen en krijg antwoord van de leerkracht

    meer
  • Sjoert gebruikt in deze lesvideo een levende balans om een woordje uitleg te geven bij ongelijkheden in de wiskunde.

  • De levende balans gaat KAPOT! Hoe moet je nu ongelijkheden van de eerste graad oplossen zonder die levende Timothy-Thomas-Balans? Sjoert weet hoe en legt het uit! Hij lost een ongelijkheid van de eerste graad op en vertelt waar we op moeten letten.

  • Sjoert zit met een dilemma en wil te weten komen wat nu zijn beste optie is. Hij doet dit a.d.h.v. een vergelijking met ongelijkheden. Hij leert je in deze video hoe je hieromtrent vraagstukken moet oplossen.  

  • Sjoert bewijst in deze video de verenigbaarheid van ongelijkheden met vermenigvuldiging en deling.

  • Sjoert helpt je in deze lesvideo een oefening op ongelijkheden van de eerste graad te kunnen oplossen. 

  • Wanneer er aan meerdere ongelijkheden moet voldaan worden, spreken we van stelsels van ongelijkheden. Tine legt uit hoe we zo'n stelsel oplossen. Ze stelt dit schematisch voor a.d.h.v. een tekenverloop.

  • In de wiskunde (een meerbepaald in "analyse") moet je definities uiteraard vanbuiten kennen. Maar wat betekent de definitie van de eerstegraadsfunctie nu juist? Tine legt het je stap voor stap uit en geeft een voorbeeldje.

  • Hoe kan je een stelsel van 2 eerstegraadsvergelijkingen grafisch oplossen? Sjoert legt het je allemaal uit in deze lesvideo.

  • Tine legt uit dat wat een kwadratische functie of een tweedegraadsfunctie is. Ze legt de link tussen de wiskunde en het dagelijkse leven en werkt een voorbeeldje uit. Als laatste geeft ze een woordje uitleg bij de verschillende schrijfwijzes van zo'n functies.

  • De vergelijking, het domein, het beeld, de nulpunten, het tekenverloop en het functieverloop van veeltermfuncties (elementaire functies) worden besproken door Tine.

  • Sjoert helpt je in deze video met het omvormen van formules. (2de graad)

  • Hoeveel oplossingen zijn er bij tweedegraadsvergelijkingen en welk teken zullen die oplossingen hebben? Kom het allemaal te weten in deze video waar Liesbeth je over het aantal en het teken van de oplossingen vertelt.

  • Ben je klaar voor een uitdaging? Liesbeth maakt samen met jou een meer geavanceerde oefening op het aantal oplossingen en het teken ervan bij tweedegraadsvergelijkingen.

  • Tine helpt je in deze video met het opstellen van een grafiek lengte/leeftijd. De groeicurve van een kindje wordt hier gebruikt als voorbeeld. 

  • Aangezien Timothy het niet kan, legt Sjoert het ons maar uit! Hoe kan je aan de hand van substitutie een stelsel van 2 eerstegraadsvergelijkingen oplossen? Kom het allemaal te weten in deze video.

  • Welke transformaties ondergaat de parabool als je parameter a verandert? Tine vertelt het je allemaal in deze video.

  • Tine tekent en bespreekt de grafiek van een van de elementaire functies namelijk de rationale functie. Het domein, het beeld, de nulpunten, het tekenverloop, de asymptoten en het functieverloop komen allemaal aan bod.

  • Tine krijgt een functievoorschrift doorgestuurd. Ze gaat hiermee aan de slag en maakt een constructie voor de constructie van deze eerstegraadsfunctie.

  • Reële functies worden uitgebeeld op de verticale en horizontale as. Maar wat zijn reële functies precies. Tine vertelt het je allemaal in deze video.

  • Welke invloed heeft m of a nu juist op de grafiek? Moet de rechte stijgen of dalen en hoe sterk is de helling? Tine toont het je in deze video over de grafische betekenis van de rico.

  •  Leuk  

    Reacties

    Tine heeft het in deze lesvideo wiskunde over de ongelijkheden in de wereld. (2de graad)

    Ongelijkheden van de tweede graad oplossen.

     

    Waarover gaat deze video over ongelijkheden?

    In deze video verdiept Tine zich in het oplossen van ongelijkheden van de tweede graad.

     

    Hoe los je een ongelijkheid van de 2de graad op?

    Begin altijd eerst met het wegwerken van de haakjes en dan met alles naar het linker lid te brengen zodat je in het rechterlid enkel 0 hebt staan.

    Daarna moet je de nulpunten berekenen. Dat kan op verschillende manieren: met de discriminant, met som en product, ...

    Als je de x-en hebt berekent, plaats je die in je tekenverloop. Dan bepaal je welke parabool je hebt gevonden. Dat noteer je dan aan de hand van intervallen. Op deze manier kan je ongelijkheden van de tweede graad oplossen.

     

    Zijn er nog video's over ongelijkheden?

    Wil je meer weten over ongelijkheden, check dan zeker en vast ook deze video.

     

    Tags: ongelijkheden, tweede graad, discriminant, som en product, nulpunten, gelijkheid, ongelijkheid, tekenverloop, min oneindig, plus oneindig, bergparabool, groter dan, kleiner dan, intervallen

    Reacties en vragen

    profielfoto Charis Hassink door Charis 1 jaar geleden | ↑ 2 | ↓ 1
    Zijn de nulpunten zeker correct Als ik zelf mijn discriminant uitreken kom ik uit 36-108 en dat is een negatief getal, dus zouden er geen oplossingen moeten zijn?
    profielfoto WeZooz Academy  door WeZooz Academy 1 jaar geleden | ↑ 1 | ↓ 0
    Hey Charis!

    Ik denk dat je een verkeerde formule gebruikt voor je discriminant. De discriminant D = b²- 4ac dus als je dit toepast op het de ongelijkheid in het filmpje waarbij je alle termen aan dezelfde kant van het ongelijkheidsteken hebt gebracht.
    Dan krijg je (-9)²-4*(-3)*12 = 81 - (-144) = 225.
    De formules om je x1 en x2 te berekenen zijn dan de volgende: (-b + vierk(D))/ 2a en (-b - vierk(D))/ 2a (hierbij bedoel ik met vierk(D) de vierkantwortel van D).
    Als je dit toepast krijg je het volgende:
    (-(-9) + vierk(225))/ 2*(-3) = (9+15)/-6 = 24/-6 = -4
    (-(-9) - vierk(225))/ 2*(-3) = (9-15)/-6 = -6 / -6 = 1

    Lukt het op die manier wel?
    Succes!

    Groetjes,

    Thomas
    WeZooz Academy-Team